De oervorm van het schaakspel is duizenden jaren oud,
daardoor is er niet veel bekend over het ontstaan en de vroegste geschiedenis.
Het woord schaak is afkomstig van het Perzische woord shah, dat koning betekent.
De term schaakmat is een vernederlandsing van het Perzische shah mata, hetgeen betekent:
de koning zit in een hinderlaag of de koning is verslagen.
Een schaakpartij wordt gespeeld op een vierkant bord met 64 velden.
Elke speler plaatst voor de partij zijn zestien stukken op het bord, op de daarvoor vaststaande plek.
De speler met de witte stukken opent de partij met het verplaatsen van een stuk.
Daarna spelen wit en zwart om beurten, waarbij voor elk type stuk eigen regels gelden.
Het spel eindigt als een van beiden zijn doel bereikt: winnen door schaakmat te zetten,
dat is het veroveren van de vijandelijke koning. De speler die dit op termijn niet meer kan
vermijden kan het ook opgeven. Ook kan het spel gelijk eindigen, in remise dus: door zetherhaling,
door pat, waarbij een speler geen zet meer kan doen of doordat beide spelers geen winstkansen meer zien.
> Onder de loep > Spellen en puzzels met meer informatie